Civiel recht overig
20 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C02/064HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vader]…
Hoge Raad, 20 juni 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF7426 · Hoge Raad · 20 juni 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af7426
Zaakgegevens
Op 20 juni 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C02/064HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF7426
Samenvatting
20 juni 2003 Eerste Kamer Nr. C02/064HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [De vader], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: aanvankelijk mr. M.E.M.G. Peletier, thans mr. S. Sierksma, t e g e n
1. [Verweerster 1], wonende te [woonplaats], 2. [Verweerster 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verweerster 4], wonende te [woonplaats], 5. [De moeder], in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van verweerster in cassatie sub 4, wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen...
Procesgang
Hoge Raad · 20 juni 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF7426
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF7426
Uitspraak
20 juni 2003
Eerste Kamer
Nr. C02/064HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. M.E.M.G. Peletier,
thans mr. S. Sierksma,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [De moeder],
in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van verweerster in cassatie sub 4,
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie, niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: de vader - heeft bij exploit van 4 respectievelijk 7 april 1997 verweerders in cassatie (verweerster in cassatie sub 5, de moeder, in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van verweerster in cassatie sub 4) gedagvaard voor de Rechtbank te Assen en gevorderd te bepalen dat de opbrengst van de verkoop van de onroerende zaak, gelegen aan de [straat] te [plaats], kadastraal bekend onder nummer [001], aan de vader wordt afgedragen.
Verweerders in cassatie sub 1 tot en met 4 - verder te noemen: de kinderen - alsmede de moeder hebben de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 30 september 1997 op 3 december 1997 gehouden comparitie van partijen heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 2 februari 1999 het gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis van de Rechtbank heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden. De vader heeft bij memorie van grieven gevorderd het eindvonnis van de Rechtbank te vernietigen en verweerders in cassatie te veroordelen tot het betalen van een bedrag van ƒ 146.000,-- inzake zijn vordering plus de helft van de opgebouwde rente.
Bij arrest van 31 oktober 2001 heeft het Hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vier kinderen en de moeder is verstek verleend.
De zaak is voor de vader toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de vader in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van verweerders in cassatie begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 20 juni 2003.