Civiel recht overig
5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C01/208HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad, 5 september 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF8253 · Hoge Raad · 5 september 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af8253
Zaakgegevens
Op 5 september 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C01/208HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. H.A. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF8253
Samenvatting
5 september 2003 Eerste Kamer Nr. C01/208HR SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg, t e g e n KORREL BETON B.V., gevestigd te Amsterdam, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen. 1. Het geding in feitelijke instanties
Procesgang
Hoge Raad · 5 september 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF8253
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF8253
Uitspraak
5 september 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/208HR
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
t e g e n
KORREL BETON B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Korrel Beton - heeft bij exploit van 10 februari 1999 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen om aan Korrel Beton te betalen een bedrag van ƒ 12.161,25, te verhogen met de wettelijke rente over ƒ 34.192,50 vanaf 26 september 1998 en over ƒ 10.575,-- vanaf 11 november 1998 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 4 mei 1999 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 26 oktober 1999 de vordering toegewezen tot een bedrag van ƒ 12.035,--, vermeerderd met de wettelijke rente zoals in prima gevorderd, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Bij memorie van grieven heeft zij vernietiging van het bestreden eindvonnis gevorderd en terugbetaling van een bedrag van ƒ 16.971,78, dat door Korrel Beton van [eiseres] werd opgeëist onder bedreiging van beslag ingevolge het bestreden vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 december 1999.
Bij arrest van 3 april 2001 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank van 4 mei 1999 bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Korrel Beton heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Korrel begroot op € 359,49 aan de verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 september 2003.