Civiel recht overig

12 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/115HR HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser]…

Hoge Raad, 12 september 2003

Zaakgegevens

Op 12 september 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 september 2003
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
C02/115HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.H Barendrecht, mr. E. van Staden ten Brink
ECLI
ECLI:NL:HR:2003:AF9442
E-mail

Samenvatting

12 september 2003 Eerste Kamer Nr. C02/115HR HJH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser],

wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. H.H. Barendrecht, t e g e n 1. [Verweerder 1], 2. [Verweerder 2], en

3. [Verweerder 3], allen wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 september 2003deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2003:AF9442

  2. Conclusie A-G · 12 september 2003

    ECLI:NL:PHR:2003:AF9442

Uitspraak

12 september 2003

Eerste Kamer

Nr. C02/115HR

HJH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.H. Barendrecht,

t e g e n

1. [Verweerder 1],

2. [Verweerder 2], en

3. [Verweerder 3],

allen wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - hebben bij exploit van 21 september 1994 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Middelburg en - na vermeerdering van eis - gevorderd bij vonnis, voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 292.094,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 1993 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiser] in de kosten van het geding, waaronder begrepen de kosten van de gelegde beslagen.

[Eiser] heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij vonnis van 20 maart 1996 voor recht verklaard dat [eiser] aansprakelijk is voor de ten gevolge van zijn terugtred uit de tussen partijen bestaande overeenkomst tot realisering van een gezamenlijke praktijkuitoefening door [verweerder] c.s. geleden schade en partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de aard en hoogte van die schade.

[Verweerder] c.s. hebben hun vordering, wat de hoofdsom betreft, verminderd tot ƒ 204.038,--. Na een tussenvonnis van 23 december 1998 heeft de rechtbank bij eindvonnis van 22 september 1999 [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 74.917,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 1993 tot aan de dag der algehele voldoening, dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Tegen de vonnissen van 23 december 1998 en 22 september 1999 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. [Verweerder] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

[Verweerder] c.s. hebben bij memorie van grieven in het incidenteel hoger beroep gevorderd [eiser] alsnog te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 139.423,-- ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 juni 1993 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bij arrest van 22 november 2001 heeft het hof in het incidenteel beroep de bestreden vonnissen vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld om aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van ƒ 109.423,-- met de wettelijke rente daarover vanaf 25 juni 1993 tot de voldoening daarvan, dit arrest uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 941,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 12 september 2003.