Civiel recht overig
15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/199HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres]…
Hoge Raad, 15 oktober 2004
ECLI:NL:HR:2004:AP4491 · Hoge Raad · 15 oktober 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ap4491
Zaakgegevens
Op 15 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 oktober 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C03/199HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- eerst mr. H.H Barendrecht, mr. B. Meijer
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AP4491
Samenvatting
15 oktober 2004 Eerste Kamer Nr. C03/199HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: eerst mr. H.H. Barendrecht, later: mr. H.J.R. Reinders, t e g e n DE GEMEENTE BERGEIJK, gevestigd te Bergeijk, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. B. Meijer. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 15 oktober 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AP4491
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 oktober 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AP4491
Uitspraak
15 oktober 2004
Eerste Kamer
Nr. C03/199HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: eerst mr. H.H. Barendrecht,
later: mr. H.J.R. Reinders,
t e g e n
DE GEMEENTE BERGEIJK,
gevestigd te Bergeijk,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. B. Meijer.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 1 oktober 1999 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en - na wijziging van eis bij conclusie van repliek - gevorderd de Gemeente te veroordelen tot vergoeding van de schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, door [eiseres] geleden als gevolg van de onrechtmatige daad die de Gemeente jegens [eiseres] gepleegd heeft door [eiseres] vanaf 29 oktober 1973 te verplichten tot het gebruik van een uiterst schadelijk houtverduurzamingsmiddel zonder daarbij de normen van veiligheid in acht te nemen en bovendien een zekere periode een uiterst schadelijke wijze van impregneren voor te schrijven.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 5 oktober 2001 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 15 april 2003 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 juli 2004 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 15 oktober 2004.