Civiel recht overig
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/320HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Hoge Raad, 28 januari 2005
ECLI:NL:HR:2005:AR6185 · Hoge Raad · 28 januari 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-ar6185
Zaakgegevens
Op 28 januari 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 januari 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C03/320HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E van Staden ten Brink, mr. M.E. Gelpke
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AR6185
Samenvatting
28 januari 2005 Eerste Kamer Nr. C03/320HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE HAARLEMSE GROND- EN HUIZEN EXPLOITATIE B.V., gevestigd te Haarlem, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n GEMEENTE HAARLEM, zetelende te Haarlem, VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.E. Gelpke. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 28 januari 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AR6185
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 januari 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AR6185
Uitspraak
28 januari 2005
Eerste Kamer
Nr. C03/320HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE HAARLEMSE GROND- EN HUIZEN EXPLOITATIE B.V.,
gevestigd te Haarlem,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
GEMEENTE HAARLEM,
zetelende te Haarlem,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: HGHE - heeft bij exploot van 3 december 1998 verweerster in cassatie - verder te noemen: de Gemeente - gedagvaard voor de rechtbank te Haarlem. Na vermindering en vermeerdering van eis heeft HGHE gevorderd, kort gezegd, nietig te verklaren althans te vernietigen 32 door de Gemeente uitgebrachte dwangbevelen en de bijbehorende betekeningsexploten, voor zover het althans de daarin opgenomen invorderingskosten betreft, alsmede de op grond van die dwangbevelen door HGHE aan de Gemeente betaalde invorderingskosten. Voorts heeft HGHE gevorderd de Gemeente te veroordelen aan haar te voldoen een bedrag van ƒ 18.595,-- met rente en kosten.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 16 oktober 2001 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft HGHE hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij memorie van grieven heeft HGHE geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en, opnieuw rechtdoende, de Gemeente alsnog te veroordelen aan HGHE te voldoen een bedrag van ƒ 16.661,75.
Bij arrest van 21 augustus 2003 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft HGHE beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt HGHE in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 399,34 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 28 januari 2005.