Civiel recht overig
11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/036HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE…
Hoge Raad, 11 februari 2005
ECLI:NL:HR:2005:AS3731 · Hoge Raad · 11 februari 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-as3731
Zaakgegevens
Op 11 februari 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/036HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P Heering, mr. R.A.A. Duk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AS3731
Samenvatting
11 februari 2005 Eerste Kamer Nr. C04/036HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: DE COÖPERATIEVE VERKOOP- EN PRODUKTIE-VERENIGING VAN AARDAPPELEN EN DERIVATEN "AVEBE" B.A., gevestigd te Veendam, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. J.P. Heering, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 11 februari 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AS3731
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 februari 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AS3731
Uitspraak
11 februari 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/036HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
DE COÖPERATIEVE VERKOOP- EN PRODUKTIE-VERENIGING VAN AARDAPPELEN EN DERIVATEN "AVEBE" B.A.,
gevestigd te Veendam,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 28 mei 2001 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Avebe - onder versneld regime gedagvaard voor de kantonrechter te Winschoten en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Avebe te veroordelen om aan [verweerder] te betalen:
1. de hoofdsom van ƒ 345.368,--, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 december 2000 tot aan de dag der algehele voldoening;
2. een bedrag van ƒ 2.000,--, te vermeerderen met BTW bij wijze van vergoeding van door hem in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten.
Avebe heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 2 oktober 2001 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te Groningen.
Bij tussenvonnis van 27 september 2002 heeft de rechtbank [verweerder] tot bewijslevering toegelaten. Na enquête heeft de rechtbank bij eindvonnis van 17 september 2003 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering wat betreft de hoofdsom alsnog toegewezen.
Het eindvonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft Avebe beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Avebe heeft bij brief van 15 december 2004 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Avebe in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.159,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 februari 2005.