Civiel recht overig
huurgeschil; instemming door een opvolgende huurder in "overnameverklaring" tot ongedaanmaking van door de…
Hoge Raad, 7 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT6831 · Hoge Raad · 7 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2005-at6831
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C04/203HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AT6831
Samenvatting
huurgeschil; instemming door een opvolgende huurder in "overnameverklaring" tot ongedaanmaking van door de vorige huurder aangebrachte wijzigingen in een huurwoning; redelijke kostenindicatie bij ondertekening; informatieplicht (professionele) verhuurder; art. 81 RO;
Procesgang
Hoge Raad · 7 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AT6831
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT6831
Uitspraak
7 oktober 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/203HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING INTERMARIS, handelende onder de naam Intermaris Woondiensten,
gevestigd te Hoorn,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Intermaris - heeft bij exploot van 12 november 2001 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de kantonrechter te Hoorn en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat, [verweerder] te veroordelen om aan Intermaris tegen behoorlijke kwijting te betalen een bedrag van ƒ 35.555,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 33.508,78 vanaf 18 augustus 2001 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 1 juli 2002 de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van Intermaris en bij eindvonnis van 18 november 2002 de vordering afgewezen.
Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft Intermaris hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 25 maart 2004 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] veroordeeld tot betaling aan Intermaris van een bedrag van € 3.585,73, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 augustus 2001 tot aan de algehele voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Intermaris beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor Intermaris toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Intermaris heeft bij brief van 15 juni 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Intermaris in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2005.