Civiel recht overig
Geschil tussen een telefoonmaatschappij en een pretense bemiddelaar over de vraag of hem provisie toekomt…
Hoge Raad, 12 mei 2006
ECLI:NL:HR:2006:AV1577 · Hoge Raad · 12 mei 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-av1577
Zaakgegevens
Op 12 mei 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- C05/093HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.W. Bogaardt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AV1577
Samenvatting
Geschil tussen een telefoonmaatschappij en een pretense bemiddelaar over de vraag of hem provisie toekomt voor bemiddeling bij de totstandkoming van een aantal zogenaamde ‘corporate pack’ aansluitingen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 mei 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AV1577
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AV1577
Uitspraak
12 mei 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/093HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Bogaardt,
t e g e n
VODAFONE-LIBERTEL N.V.,
gevestigd te Maastricht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij formulier van dagvaarding van 24 december 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Vodafone - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Maastricht en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Vodafone te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van ƒ 56.657,61, vermeerderd met de wettelijke rente over ƒ 54.457,61 vanaf 15 oktober 2001 en over ƒ 2.000,-- vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van voldoening.
Vodafone heeft primair de vordering bestreden met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure; subsidiair heeft Vodafone de Kantonrechter verzocht [eiser] een vergoeding toe te kennen overeenkomstig haar reeds in september 1999 geformuleerde voorstel ten bedrage van ƒ 9.000,-- (€ 4.050,--), met veroordeling van ieder der partijen in de eigen kosten.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 16 oktober 2002 Vodafone veroordeeld om aan [eiser] tegen kwijting te betalen een bedrag van € 4.568,39, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 oktober 1999 tot de dag van voldoening, de proceskosten tussen partijen gecompenseerd, Vodafone in de noodzakelijke kosten van tenuitvoerlegging van dit vonnis veroordeeld, dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Daarbij heeft hij gevorderd voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, Vodafone te veroordelend tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 25.710,11, vermeerderd met de wettelijke over € 24.711,79 vanaf 15 oktober 2001 en over € 998,32 vanaf 24 december 2001 tot en met de dag van voldoening, met veroordeling van Vodafone in de kosten van beide instanties.
Bij arrest van 19 oktober 2004 heeft het hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] in de proceskosten in hoger beroep veroordeeld, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Vodafone is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Vodafone begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.