Civiel recht overig
Geschil tussen energiebedrijf en particulier naar aanleiding van onbetaald gebleven leveringen van water, gas…
Hoge Raad, 3 november 2006
ECLI:NL:HR:2006:AY7459 · Hoge Raad · 3 november 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ay7459
Zaakgegevens
Op 3 november 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C05/237HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.L. Kleyn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AY7459
Samenvatting
Geschil tussen energiebedrijf en particulier naar aanleiding van onbetaald gebleven leveringen van water, gas en elektriciteit over de vraag of het energiebedrijf zijn vordering voldoende heeft gespecificeerd door overlegging van voorschotnota’s en jaarafrekeningen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 3 november 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AY7459
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 november 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AY7459
Uitspraak
3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/237HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn,
t e g e n
ESSENT ENERGIE NOORD N.V. (voorheen genaamd: N.V. Edon Levering),
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Essent - heeft bij exploot van 12 juni 2001 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te Almelo. Na vermindering van eis heeft Essent gevorderd [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 10.970,81, te vermeerderen met de wettelijke rente.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
Na een ingevolge een tussenvonnis van 5 september 2001 op 6 november 2001 gehouden comparitie van partijen en een tweede tussenvonnis van 17 april 2002, heeft de rechtbank heeft bij eindvonnis van 3 juli 2002 [eiser] veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 4.978,34, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Tegen het tussenvonnis van 17 april 2002 en het eindvonnis van 3 juli 2002 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Essent heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en daarbij haar eis vermeerderd met een bedrag van € 1.085,37.
Na een tussenarrest van 8 juni 2004 heeft het hof bij eindarrest van 24 mei 2005 in het principaal en in het incidenteel appel, het tussenvonnis van de rechtbank van 17 april 2002 bekrachtigd, het eindvonnis van de rechtbank vernietigd voor zover daarbij [eiser] wordt veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 4.978,34 te vermeerderen met de wettelijke rente en, in zoverre opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld aan Essent te voldoen de somma van € 3.469,13 te vermeerderen met de wettelijke rente, verminderd met de in het eindarrest genoemde bedragen. Het hof heeft voorts het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen Essent is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Essent begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.