Civiel recht overig
Arbeidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid. Schadevordering van werknemer tegen werkgever op de voet van art…
Hoge Raad, 16 maart 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ6718 · Hoge Raad · 16 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az6718
Zaakgegevens
Op 16 maart 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C05/206HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.T.R.F Carli, mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ6718
Samenvatting
Arbeidsrecht, werkgeversaansprakelijkheid. Schadevordering van werknemer tegen werkgever op de voet van art. 7:685 BW na ongeval bij inrichten van een stand op een vakbeurs (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 16 maart 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ6718
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 maart 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ6718
Uitspraak
16 maart 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/206HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploot van 23 december 2002 - eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Dordrecht, locatie Gorinchem, en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat [eiseres] aansprakelijk is voor de door [verweerder] opgelopen schade als gevolg van het hem op 26 november 1998 overkomen bedrijfsongeval en dat [eiseres] die schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, aan [verweerder] dient te vergoeden, met veroordeling van [eiseres] in de kosten.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 24 maart 2003 een comparitie van partijen gelast en bij eindvonnis van 14 juli 2003 voor recht verklaard dat [eiseres] aansprakelijk is voor de door [verweerder] opgelopen schade als gevolg van het hem op 26 november 1998 overkomen bedrijfsongeval en [eiseres] veroordeeld tot vergoeding van deze schade op te maken bij staat.
Tegen dit eindvonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 15 maart 2005 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 maart 2007.