Civiel recht overig
Verbintenissenrecht. Geschil over de vraag of koopovereenkomst tot stand is gekomen (81 RO).
Hoge Raad, 21 september 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA6239 · Hoge Raad · 21 september 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba6239
Zaakgegevens
Op 21 september 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 september 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/231HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Groen, P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA6239
Samenvatting
Verbintenissenrecht. Geschil over de vraag of koopovereenkomst tot stand is gekomen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 21 september 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA6239
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 september 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA6239
Uitspraak
21 september 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/231HR
MK/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. AAN DE STEGGE ROOSENDAAL V.O.F.,
gevestigd te Roosendaal,
2. CNE BOUW B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
3. EDO BOUW B.V.,
gevestigd te Lekkerkerk,
4. BOUWBEDRIJF AAN DE STEGGE ROOSENDAAL B.V.,
gevestigd te Roosendaal,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Aan de Stegge c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 30 oktober 2001 respectievelijk 1 november 2001 Aan de Stegge c.s. gedagvaard voor de rechtbank te Breda en gevorderd, na wijziging van eis, kort gezegd, te verklaren voor recht dat Aan de Stegge c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [verweerster] tengevolge van de toerekenbare niet-nakoming van de koopovereenkomst heeft geleden dan wel nog zal gaan lijden, alsmede Aan de Stegge c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [verweerster] te betalen het bedrag van de totale schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
Aan de Stegge c.s. hebben de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een tweetal tussenvonnissen van 22 oktober 2002 en 13 augustus 2003, bij eindvonnis van 6 oktober 2004 de vorderingen toegewezen.
Tegen deze vonnissen hebben Aan de Stegge c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 18 april 2006 heeft het hof Aan de Stegge c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de tussenvonnissen van 22 oktober 2002 en 13 augustus 2003 en het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben Aan de Stegge c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aan de Stegge c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren O. de Savornin Lohman, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de president W.J.M. Davids op 21 september 2007.