Civiel recht overig
Antilliaanse zaak. Geschil tussen broers over herstel van vernielingen door een zoon (81 RO).
Hoge Raad, 7 september 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA7634 · Hoge Raad · 7 september 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba7634
Zaakgegevens
Op 7 september 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 september 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/107HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. J. Biemond
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA7634
Samenvatting
Antilliaanse zaak. Geschil tussen broers over herstel van vernielingen door een zoon (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 7 september 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA7634
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 7 september 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA7634
Uitspraak
7 september 2007
Eerste Kamer
Nr. R06/107HR
RM/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende op Curaçao, Nederlandse Antillen,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J. Biemond,
thans mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende op Curaçao, Nederlandse Antillen,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 januari 2005 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft [verzoeker] zich gewend tot dat gerecht en gevorderd dat [verweerder] wordt veroordeeld om:
- te herstellen wat door zijn tolerantie ten aanzien van zijn zoon ([de zoon]) is beschadigd en vernield;
- geen hindernissen aan te brengen op het terrein waarop [verzoeker] mag bouwen en de afrastering te doen verwijderen;
- alle rommel, zoals autowrakken, verroest ijzer en oude auto's van het desbetreffende terrein te verwijderen op straffe van een dwangsom.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
Het gerecht heeft bij vonnis van 21 november 2005 de vorderingen van [verzoeker] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.
Bij vonnis van 9 mei 2006 heeft het hof het vonnis van het gerecht bevestigd.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 september 2007.