Civiel recht overig
Verzekeringsrecht. Afbakening WAM- en AVB-verzekering; zie ook C06/130 (81 RO).
Hoge Raad, 5 oktober 2007
ECLI:NL:HR:2007:BB3318 · Hoge Raad · 5 oktober 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb3318
Zaakgegevens
Op 5 oktober 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 oktober 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/131HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Duijvendijk-Brand, mr. R.S. Meijer
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB3318
Samenvatting
Verzekeringsrecht. Afbakening WAM- en AVB-verzekering; zie ook C06/130 (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 5 oktober 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB3318
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 oktober 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB3318
Uitspraak
5 oktober 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/131HR
MK/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], voorheen genaamd [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
AXA SCHADE N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Axa.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 7 januari 2003 Axa gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, Axa te veroordelen tot vergoeding aan [eiseres] van één vijfde deel van al datgene dat [eiseres] aan haar werknemer [betrokkene 1] zal dienen te betalen in verband met het hem op 22 mei 1997 overkomen ongeval en Axa te veroordelen tot vergoeding aan [eiseres] van één vijfde deel van de schade die [eiseres] heeft geleden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.
Axa heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 21 juli 2004 de vorderingen afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiseres] heeft haar eis in hoger beroep gewijzigd en gevorderd, kort gezegd:
te verklaren voor recht dat Axa voor de schade ter zake van het ongeval dekking dient te verlenen, dan wel aansprakelijk is op grond van de Landmateriaal verzekering met polisnummer [003] en/of de daarop van toepassing verklaarde Nederlandse Beurspolis Landmateriaal 1991 en/of de speciale clausule voor verzekering van landmateriaal L91ND-VT.
Bij arrest van 9 februari 2006 heeft het hof, voorzover in cassatie van belang, het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Axa heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [eiseres] mede door mr. E.C.M. Hurkens en voor Axa mede door mr. E.M. Tjon-En-Fa, beiden advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Axa begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 5 oktober 2007.