Civiel recht overig

Arbeidsrecht. Geschil tussen een vennootschap en voormalig aandeelhouder/werknemer over de vraag of hem, bij…

Hoge Raad, 23 november 2007

Zaakgegevens

Op 23 november 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 november 2007
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C06/170HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. D.M. de Knijff
ECLI
ECLI:NL:HR:2007:BB5071
E-mail

Samenvatting

Arbeidsrecht. Geschil tussen een vennootschap en voormalig aandeelhouder/werknemer over de vraag of hem, bij overdracht van zijn aandelen, de toezegging was gedaan dat hij tot pensionering onder gelijkblijvende arbeidsvoorwaarden in dienst zou blijven (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 23 november 2007deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:BB5071

  2. Conclusie A-G · 23 november 2007

    ECLI:NL:PHR:2007:BB5071

Uitspraak

23 november 2007

Eerste Kamer

Nr. C06/170HR

MK/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

UNIT PROCES TECHNICS AUTOMATION B.V.,

gevestigd te Roosendaal,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. D.M. de Knijff.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en UPTA.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 30 januari 2004 UPTA gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, Breda, locatie Bergen op Zoom, en gevorderd, kort gezegd, UPTA te veroordelen om aan [eiser] primair te betalen een bedrag van € 848.189,54 en subsidiair een bedrag van € 381.360,08, met rente en kosten.

UPTA heeft de vordering bestreden.

De kantonrechter heeft bij vonnis van 7 juli 2004 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij arrest van 24 januari 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

UPTA heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van UPTA begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 november 2007.