Civiel recht overig
Procesrecht. Hoger beroep; nieuwe grief bij pleidooi; aan toelating tot nadere bewijslevering in hoger beroep…
Hoge Raad, 16 november 2007
ECLI:NL:HR:2007:BB7973 · Hoge Raad · 16 november 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2007-bb7973
Zaakgegevens
Op 16 november 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 november 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/196HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. B.D.W. Martens
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BB7973
Samenvatting
Procesrecht. Hoger beroep; nieuwe grief bij pleidooi; aan toelating tot nadere bewijslevering in hoger beroep te stellen eisen, uitleg gedingstukken (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 16 november 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BB7973
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 november 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BB7973
Uitspraak
16 november 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/196HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 29 mei 2000 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank te Leeuwarden en gevorderd, na wijziging van eis, kort gezegd:
1. de op 7 oktober 1998 tussen partijen ontbonden gemeenschap te beschrijven en te waarderen;
2. [eiser] ter zake van herstel van de door hem ten nadele van [verweerster] aangebrachte wijzigingen in de feitelijke situatie van de tot de gemeenschap behorende baten te veroordelen om aan de gemeenschap te vergoeden een totaalbedrag van ƒ 88.750,94;
3. [eiser] ter zake van benadeling van de gemeenschap te veroordelen om aan de gemeenschap als schade te vergoeden een bedrag van ƒ 28.100,--;
4. de ontbonden gemeenschap tussen partijen te verdelen waarbij de rechtbank in aanmerking zal nemen de overbedeling van [eiser] tegen vergoeding aan [verweerster] van de overwaarde.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na tussenvonnissen van 20 maart 2002, 26 februari 2003 en 14 april 2004, bij eindvonnis van 29 september 2004 de verdeling van de gemeenschap van goederen vastgesteld, zoals nader omschreven in het dictum, en [eiser] veroordeeld om, wegens onderbedeling van [verweerster], aan [verweerster] een bedrag van € 37.766,87 te betalen.
Tegen de tussenvonnissen van de rechtbank van 26 februari 2003 en 14 april 2004, alsmede het eindvonnis van de rechtbank van 29 september 2004 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 8 februari 2006 heeft het hof de bestreden vonnissen bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij faxbrief van 28 september 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 november 2007.