Civiel recht overig
Arbeidsgeschil over betaling achterstallige premies ziekenfondsverzekering. Slagend cassatieberoep vonnis…
Hoge Raad, 29 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BB8864 · Hoge Raad · 29 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bb8864
Zaakgegevens
Op 29 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/256HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BB8864
Samenvatting
Arbeidsgeschil over betaling achterstallige premies ziekenfondsverzekering. Slagend cassatieberoep vonnis kantonrechter (art. 80 RO), onbegrijpelijk oordeel; HR doet zelf de zaak af.
Procesgang
Hoge Raad · 29 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BB8864
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BB8864
Uitspraak
29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/256HR
MK/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
ALGEMEEN ZIEKENFONDS DE VOLHARDING U.A.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Azivo.
1. Het geding in feitelijke instanties
Azivo heeft bij exploot van 24 november 2005 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank 's-Gravenhage, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, na wijziging van eis, [eiser] te veroordelen om aan Azivo te betalen een bedrag van € 449,25, met rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 11 april 2006 [eiser] veroordeeld om aan Azivo te betalen een bedrag van € 449,25, met rente en kosten.
Het vonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Azivo is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot afdoening van de zaak door de Hoge Raad in voege als aangegeven onder 12 in de conclusie.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 december 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Op vordering van Azivo is [eiser] door de kantonrechter veroordeeld tot, kort gezegd, betaling van een bedrag van € 449,25 aan achterstallige premies uit hoofde van een tussen hen bestaande ziekenfondsverzekering.
Onderdeel B van het middel klaagt onder meer dat in genoemd bedrag ten onrechte een bedrag van € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten is begrepen. De klacht is gegrond. Het bedrag van € 449,25 tot betaling waarvan [eiser] is veroordeeld, omvat blijkens rov. 4 van het vonnis mede het bedrag van € 178,50 aan buitengerechtelijke incassokosten. In rov. 7 heeft de kantonrechter evenwel overwogen dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen. In dat licht is niet begrijpelijk dat desalniettemin het bedrag van € 449,25 (in plaats van een bedrag van € 270,75) is toegewezen.
3.2 De overige klachten van het middel kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.3 De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen op de wijze als hierna vermeld.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 11 april 2006, doch uitsluitend voor zover [eiser] is veroordeeld tot betaling aan Azivo van een bedrag van € 449,25 aan hoofdsom;
veroordeelt [eiser] tot betaling aan Azivo van een bedrag aan hoofdsom van € 270,75;
verwerpt het beroep voor het overige;
veroordeelt Azivo in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 3.062,05 in totaal, waarvan € 2.988,05 op de voet van art. 243 Rv. te betalen aan de Griffier, en € 74,-- aan [eiser].
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.