Civiel recht overig
Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over geldigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater…
Hoge Raad, 1 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC1871 · Hoge Raad · 1 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc1871
Zaakgegevens
Op 1 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/132HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, aanvankelijk mr. T.F.E Tjong Tjin Tai
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC1871
Samenvatting
Erfrecht. Geschil tussen erfgenamen over geldigheid van een testament wegens wilsonbekwaamheid van erflater ten tijde van het maken van het testament; dwang als bedoeld in art. 4:490 (oud) BW, bewijslastverdeling (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 19 oktober 2004
ECLI:NL:GHARN:2004:AR8183Hoge Raad · 1 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC1871
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC1871
Uitspraak
1 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/132HR
MK/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [betrokkene 1],
gewoond hebbende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai, thans mr. D. Stoutjesdijk.
e n
3. [Verweerster 3],
4. [Verweerster 4],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s., [verweerders 1 en 2] en [verweersters 3 en 4]
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerders 1 en 2] hebben bij exploot van 19 april 2002 [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] gedagvaard voor de rechtbank Almelo en gevorderd, kort gezegd, [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] te veroordelen om hun medewerking te verlenen aan de uitvoering van het op 18 juli 1997 opgemaakte testament van [betrokkene 2], een en ander zoals nader weergegeven in de inleidende dagvaarding, alsmede te verklaren voor recht dat [eiser] c.s. en [verweersters 3 en 4] de door [verweerders 1 en 2] geleden schade dienen te vergoeden.
[Eiser] c.s. hebben de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, het testament nietig te verklaren, subsidiair te vernietigen.
De rechtbank heeft, na een tussenvonnis van 8 januari 2003, bij eindvonnis van 27 augustus 2003 in reconventie het testament van [betrokkene 2] vernietigd en in conventie de vordering afgewezen.
Tegen dit eindvonnis hebben [verweerders 1 en 2] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. [Eiser] c.s. hebben incidenteel hoger beroep ingesteld. Tegen [verweersters 3 en 4] heeft het hof verstek verleend.
Na een tussenarrest van 19 oktober 2004 heeft het hof bij eindarrest van 17 januari 2006 in het principale hoger beroep het eindvonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, kort gezegd, [eiser] c.s. veroordeeld om al hetgeen te doen wat nodig is om jegens [verweerders 1 en 2] uitvoering te (doen) geven aan het testament van [betrokkene 2], een en ander zoals nader omschreven in het dictum van het eindarrest van het hof, en het meer of anders gevorderde afgewezen, alsmede in reconventie de vordering afgewezen. Het incidentele hoger beroep heeft het hof verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerders 1 en 2] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen [verweersters 3 en 4] is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Proucureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft op 7 december 2007 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 en 2] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweersters 3 en 4] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 februari 2008.