Civiel recht overig
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Afgewezen schadevordering verkoper van onroerend goed tegen…
Hoge Raad, 22 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC3314 · Hoge Raad · 22 februari 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc3314
Zaakgegevens
Op 22 februari 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 februari 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/267HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.E Franke, mr. D.M. de Knijff
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC3314
Samenvatting
Beroepsaansprakelijkheid notaris. Afgewezen schadevordering verkoper van onroerend goed tegen transportnotaris wegens niet gebleken schade als gevolg van beroepsfout (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 22 februari 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC3314
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 februari 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC3314
Uitspraak
22 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/267HR
RM/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. M.E. Franke,
t e g e n
[Verweerder], notaris te [plaats],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 30 oktober 2003 [verweerder] gedagvaard voor de rechtbank Almelo. Na wijziging van eis heeft [eiser] gevorderd, kort gezegd, aan hem een schadevergoeding van € 45.080,99 te betalen.
[verweerder] heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 9 juni 2004, heeft de rechtbank bij eindvonnis van 4 augustus 2004 het gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij tussenarrest van 6 september 2005 heeft het hof een comparitie van partijen gelast, welke comparitie op 13 december 2005 heeft plaatsgevonden. Bij eindarrest van 21 maart 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 4 augustus 2004 bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 januari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.196,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 februari 2008.