Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Rechtsgeldigheid voortijdige opzegging en buitengerechtelijke ontbinding van een…
Hoge Raad, 18 april 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC4842 · Hoge Raad · 18 april 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc4842
Zaakgegevens
Op 18 april 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 april 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/319HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC4842
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Rechtsgeldigheid voortijdige opzegging en buitengerechtelijke ontbinding van een sponsorovereenkomst (81 RO).
Procesgang
Uitspraak · 2006
ECLI:NL:GHAMS:2006:AY9833Hoge Raad · 18 april 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC4842
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 april 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC4842
Uitspraak
18 april 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/319HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
PEHA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
de vereniging NEDERLANDSE SKIVERENIGING,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Peha en NSV.
1. Het geding in feitelijke instanties
NSV heeft bij exploot van 11 juli 2003 Peha gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, dat voor recht zal worden verklaard, dat de opzegging van de tussen partijen bestaande sponsorovereenkomst nietig is wegens strijd met het in artikel 5 van die overeenkomst vervatte opzegverbod, met veroordeling van Peha tot nakoming van die overeenkomst totdat deze rechtsgeldig zal zijn geëindigd, met rente en kosten.
Peha heeft de vorderingen bestreden en in reconventie beëindiging - voor zover nodig - van de overeenkomst gevorderd.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 29 oktober 2003 een comparitie van partijen bevolen, welke comparitie op 20 januari 2004 heeft plaatsgevonden en waarbij NSV tevens op de vordering in reconventie heeft geantwoord.
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 3 maart 2004 de vordering van NSV grotendeels toegewezen en die in reconventie afgewezen, met veroordeling van Peha in de proceskosten.
Tegen het eindvonnis van de rechtbank heeft Peha hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, onder vermeerdering van eis.
NSV heeft verweer gevoerd, waarna Peha zich bij akte heeft uitgelaten over de producties van NSV.
Bij arrest van 18 mei 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank van 3 maart 2004 bekrachtigd, en de vordering van Peha in reconventie afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Peha beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NSV heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep en gelijktijdig voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het principale beroep.
De advocaat van Peha heeft bij brief van 28 februari 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt Peha in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NSV begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 18 april 2008.