Civiel recht overig
Arbeidsrecht. Familierecht; Geschil over overeenkomst tot beëindiging arbeidsovereenkomst en…
Hoge Raad, 25 april 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC7673 · Hoge Raad · 25 april 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc7673
Zaakgegevens
Op 25 april 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/304HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.W Scheltema, mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC7673
Samenvatting
Arbeidsrecht. Familierecht; Geschil over overeenkomst tot beëindiging arbeidsovereenkomst en echtscheidingsconvenant; opschorting betalingsverplichting (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 25 april 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC7673
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 april 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC7673
Uitspraak
25 april 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/304HR
IV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 23 mei 2002 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en een vordering ingesteld die na wijzigingen van eis inhield, kort gezegd,
a. om [eiseres] te veroordelen aan [verweerster] te betalen een bedrag van € 2.268.901, waarvan € 969.985,-- zonder inhouding aan [A] B.V. en het restant van € 1.298.916,-- bruto aan [verweerster], vermeerderd met 6% rente vanaf 1 februari 2002;
b. om [eiseres] te veroordelen hypothecaire zekerheid te verstrekken op een aantal woningen;
c. voor recht te verklaren dat een door [eiseres] gelegd beslag onrechtmatig is en [eiseres] te veroordelen tot vergoeding van de tengevolge van dat beslag geleden schade, op te maken bij staat.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en een reconventionele vordering ingesteld.
De kantonrechter heeft zich bij vonnis van 18 juni 2003 onbevoegd verklaard van de zaak kennis te nemen en deze verwezen naar de sector civiel van de rechtbank.
Bij vonnis van 29 december 2004 heeft de rechtbank in conventie [eiseres], uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld
a. tot betaling aan [verweerster] van een bedrag van € 2.268.901, waarvan € 969.985,-- zonder inhouding door middel van betaling aan [A] B.V. en € 1.298.916,-- bruto in termijnen aan [verweerster], vermeerderd met 6% rente vanaf 1 februari 2002,
b. tot het verstrekken van hypothecaire zekerheid op een aantal woningen.
In reconventie heeft de rechtbank [verweerster], eveneens uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld om haar medewerking te verlenen aan het royeren van een aantal hypothecaire zekerheden en heeft de rechtbank een ten verzoeke van [verweerster] ten laste van [eiseres] gelegd conservatoir derdenbeslag opgeheven.
Zowel in conventie als in reconventie heeft de rechtbank het meer of anders gevorderde afgewezen en de kosten gecompenseerd.
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 13 juli 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De Advocaat-Generaal J. Spier heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 5.905,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 25 april 2008.