Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkopers en koper van onroerend goed over de ontbinding van de…
Hoge Raad, 6 juni 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC7717 · Hoge Raad · 6 juni 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bc7717
Zaakgegevens
Op 6 juni 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juni 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/340HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.A van der Niet, mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BC7717
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen verkopers en koper van onroerend goed over de ontbinding van de koopovereenkomst wegens een tekortschieten van de verkopers en de vernietiging ervan wegens dwaling (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 6 juni 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BC7717
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 juni 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC7717
Uitspraak
6 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/340HR
EV/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Verweerder 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerster 4],
wonende te [woonplaats],
5. [Verweerder 5],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 1] en [betrokkene 2], de ouders van verweerders in cassatie, hebben bij exploot van 10 juli 2001 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Utrecht en gevorderd, kort gezegd, [eiser] te veroordelen om aan hen te betalen de contractueel verschuldigde boete van ƒ 237.500,-- en een schadevergoeding van ƒ 487.500,--, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten, rente en kosten.
[Eiser] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst is ontbonden, subsidiair is vernietigd. Voorts heeft [eiser] schadevergoeding gevorderd, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
Na een tussenvonnis van 13 november 2002, waarbij [eiser] tot bewijslevering is toegelaten, en getuigenverhoren, heeft de rechtbank bij vonnis van 25 februari 2004 de vordering in conventie afgewezen. In reconventie heeft de rechtbank de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een akte van de zijde van [eiser].
Tegen beide vonnissen van de rechtbank heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 3 augustus 2006 heeft het hof in het principaal appel de vonnissen van de rechtbank voorzover in conventie gewezen vernietigd en de vordering van [verweerder] alsnog toegewezen. Het hof heeft voorts - wat de reconventie betreft - de zaak terugverwezen voor verdere afdoening. Het incidenteel appel is door het hof verworpen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.191,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, P.C. Kop, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.