Civiel recht overig
Arbeidsgeschil over beëindiging van arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd (81 RO).
Hoge Raad, 20 juni 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD1383 · Hoge Raad · 20 juni 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd1383
Zaakgegevens
Op 20 juni 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/041HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J Duijsens, mr. L.Ph.J. baron van Utenhove
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD1383
Samenvatting
Arbeidsgeschil over beëindiging van arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 20 juni 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD1383
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 juni 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD1383
Uitspraak
20 juni 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/041HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
[Verweerster], handelende onder de naam [A] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 26 februari 2003 [verweerster] gedagvaard voor de kantonrechter te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het aan [eiser] op 16 oktober 2002 gegeven ontslag nietig is en [verweerster] te veroordelen tot doorbetaling loon tot aan de dag dat de dienstbetrekking op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd.
[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.
De kantonrechter heeft, na bij tussenvonnis van 24 september 2003 [verweerster] tot bewijslevering te hebben toegelaten en getuigenverhoren, bij eindvonnis van 28 april 2004 het gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 6 oktober 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.