Civiel recht overig

Bopz; afgewezen verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging; onjuiste maatstaf.

Zaakgegevens

Op 6 juni 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/01527
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. D Stoutjesdijk, mr. G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BD2005
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bopz; afgewezen verzoek tot verlening van een voorlopige machtiging; onjuiste maatstaf.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 6 juni 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BD2005

  2. Conclusie A-G · 6 juni 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BD2005

Uitspraak

6 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. 08/01527

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de officier van justitie en betrokkene.

1. Het geding in feitelijke instantie

De officier van justitie in het arrondissement Rotterdam heeft, bij een op 28 december 2007 ter griffie van de rechtbank aldaar ingekomen verzoekschrift, een voorlopige machtiging verzocht tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis.

Ter zitting van de rechtbank van 14 januari 2008 zijn betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, de waarnemend sociaal-psychiatrisch verpleegkundige, de ex-echtgenoot en twee dochters van betrokkene gehoord.

Bij beschikking van diezelfde datum heeft de rechtbank het verzoek van de officier van justitie afgewezen.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft de officier van justitie beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Betrokkene heeft bij verweerschrift verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te Rotterdam.

3. Beoordeling van het middel

3.1 De rechtbank heeft het inleidende verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en verblijven van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis afgewezen op de grond dat tijdens het verhoor niet is komen vast te staan dat betrokkene door haar geestelijke stoornis een "onmiddellijk dreigend gevaar" in de zin van art. 20 Wet Bopz oplevert.

3.2 Het middel klaagt onder 2.1 en 2.2 terecht dat de rechtbank heeft miskend dat het inleidende verzoek - nu dit strekt tot het verlenen van een voorlopige machtiging - diende te worden beoordeeld op de voet van art. 2 Wet Bopz, dat onder meer bepaalt dat een voorlopige machtiging slechts kan worden verleend indien naar het oordeel van de rechter de stoornis van de geestvermogens de betrokkene gevaar doet veroorzaken.

3.3 Het vorenoverwogene brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en het middel voor het overige geen behandeling behoeft. Na verwijzing zal moeten worden onderzocht of het inleidende verzoek alsnog kan worden toegewezen.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van de rechtbank te Rotterdam van 14 januari 2008;

verwijst het geding naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 6 juni 2008.