Civiel recht overig
Overeenkomstenrecht. Geschil over totstandkoming van onvoorwaardelijke koopovereenkomst ten overstaan van een…
Hoge Raad, 11 juli 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD2406 · Hoge Raad · 11 juli 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd2406
Zaakgegevens
Op 11 juli 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/015HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD2406
Samenvatting
Overeenkomstenrecht. Geschil over totstandkoming van onvoorwaardelijke koopovereenkomst ten overstaan van een notaris; aan definitief en volledig aanbod te stellen eisen, gerechtvaardigd vertrouwen? (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 11 juli 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD2406
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD2406
Uitspraak
11 juli 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/015HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser] heeft bij exploot van 27 februari 2004 [verweerster] gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd, [verweerster] te veroordelen tot nakoming van de op 28 oktober 2002 ten kantore van notaris [de notaris] te [plaats] gesloten overeenkomst van koop en verkoop, zulks onder verbeurte van een dwangsom.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, dat indien tussen partijen een overeenkomst zou zijn gesloten, deze zal worden vernietigd op grond van een of meer wilsgebrek(en).
De rechtbank heeft, na comparitie van partijen, bij vonnis van 9 maart 2005 in conventie de vordering van [eiser] toegewezen en in reconventie de vordering van [verweerster] afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 27 september 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiser] alsnog afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 6 juni 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.