Civiel recht overig
Arbeidsgeschil over werkgeversaansprakelijkheid ex art. 7:658 BW na val werknemer van een rolsteiger (81 RO).
Hoge Raad, 11 juli 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD3747 · Hoge Raad · 11 juli 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd3747
Zaakgegevens
Op 11 juli 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/200HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.A.A Duk, mr. M.E.M.G. Peletier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD3747
Samenvatting
Arbeidsgeschil over werkgeversaansprakelijkheid ex art. 7:658 BW na val werknemer van een rolsteiger (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 11 juli 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD3747
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD3747
Uitspraak
11 juli 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/200HR
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerder] heeft bij exploot van 17 juli 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Middelburg en gevorderd, kort gezegd, voor recht te verklaren dat [eiseres] aan [verweerder] dient te betalen de schade die [verweerder] heeft geleden en nog zal lijden ten gevolge van het hem op 5 februari 2002 tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden overkomen ongeval, nader op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten.
De rechtbank heeft naar aanleiding van een door [eiseres] ingediende incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid bij vonnis van 11 februari 2004 de zaak verwezen naar de kantonrechter te Zierikzee.
[Eiseres] heeft de vordering van [verweerder] bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 13 juli 2004 de vordering afgewezen.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na een tussenarrest van 16 december 2005, waarbij [eiseres] is toegelaten tot bewijslevering en na getuigenverhoren, heeft het hof bij eindarrest van 30 maart 2007 het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de vordering van [verweerder] alsnog toegewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 20 juni 2008 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.