Civiel recht overig
Verzekeringsrecht. Indemniteitsbeginsel; verzwijging verleden aandeelhouders verzekeringnemer (81 RO).
Hoge Raad, 12 september 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD6028 · Hoge Raad · 12 september 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bd6028
Zaakgegevens
Op 12 september 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 september 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/100HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M. Ynzonides
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BD6028
Samenvatting
Verzekeringsrecht. Indemniteitsbeginsel; verzwijging verleden aandeelhouders verzekeringnemer (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 september 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BD6028
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 september 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BD6028
Uitspraak
12 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/100HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BRAMPTON LIMITED,
gevestigd te Anguilla, British West Indies,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides,
t e g e n
ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Brampton en Allianz.
1. Het geding in feitelijke instanties
Brampton heeft bij exploot van 17 augustus 2001 Allianz (Royal Nederland Schadeverzekeringen N.V. is rechtsvoorgangster van Allianz) gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, Allianz te veroordelen om aan Brampton uit hoofde van de in de dagvaarding omschreven verzekeringsovereenkomst te betalen een bedrag van US$ 1.100.923,--, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlandse courant dan wel Euro's, met rente en kosten.
Allianz heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 december 2002 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Brampton hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Brampton beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Allianz is verstek verleend.
De zaak is voor Brampton toegelicht door haar advocaat en mr. G.R. den Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Brampton in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Allianz begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 september 2008.