Civiel recht overig

Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie…

Hoge Raad, 14 november 2008

Zaakgegevens

Op 14 november 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 november 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
C07/112HR
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.J van Basten Batenburg, mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2008:BF1881
E-mail

Samenvatting

Onrechtmatige overheidsdaad. Geschil tussen varkenshouder en Staat over juistheid van registratie varkensrechten in kader van Wet herstructurering varkenshouderij; verjaring (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 14 november 2008deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2008:BF1881

  2. Conclusie A-G · 14 november 2008

    ECLI:NL:PHR:2008:BF1881

Uitspraak

14 november 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/112HR

RM/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit,

zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 27 april 2001 de Staat gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage. Na vermeerdering van eis heeft [eiser] gevorderd, kort gezegd, de Staat te veroordelen om aan hem te betalen de vergoeding van de schade die hij heeft geleden als gevolg van het feit dat hij (a) in de periode 1994 tot en met 1998 en (b) in de periode nadien 216 mestvarkens minder heeft moeten houden dan aan hem had moeten worden toegestaan, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met rente en kosten.

De Staat heeft de vordering bestreden.

De rechtbank heeft bij eindvonnis van 10 maart 2004 de vorderingen van [eiser] afgewezen.

Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. [eiser] heeft na eiswijzigingen in hoger beroep gevorderd, kort gezegd, primair veroordeling van de Staat tot aanpassing van de registratie van zijn varkensrechten in die zin dat deze registratie wordt vermerderd met 216 rechten subsidiair veroordeling tot betaling van de waarde van 216 varkensrechten te weten € 41.040,-- en daarnaast vergoeding van de bij staat op te maken schade die [eiser] heeft geleden ten gevolge van het feit dat hij vanaf 1994 216 minder varkens heeft gehouden dan hem had moeten worden toegestaan, anders gezegd: met onderbezetting heeft gewerkt, alles vermeerderd met rente en kosten.

Bij arrest van 21 december 2006 heeft het hof het bestreden vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 november 2008.