Civiel recht overig
Aansprakelijkheid bank als effecten-intemediair, vervolg op HR 24 september 2004, nr. C03/138, LJN: AP2609 (81 RO).
Hoge Raad, 19 december 2008
ECLI:NL:HR:2008:BG2244 · Hoge Raad · 19 december 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2008-bg2244
Zaakgegevens
Op 19 december 2008 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/126/HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.A van der Niet, mrs. F.E Vermeulen en
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2008:BG2244
Samenvatting
Aansprakelijkheid bank als effecten-intemediair, vervolg op HR 24 september 2004, nr. C03/138, LJN: AP2609 (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 19 december 2008deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2008:BG2244
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 december 2008
ECLI:NL:PHR:2008:BG2244
Uitspraak
19 december 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/126HR
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. L.A. van der Niet,
t e g e n
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mrs. F.E. Vermeulen en
N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en ABN AMRO.
1. Het geding in voorgaande instanties
Voor het verloop van het geding in voorgaande instanties verwijst de Hoge Raad naar zijn arrest van 24 september 2004, nr. C03/138HR, LJN: AP2609.
Bij dit arrest heeft de Hoge Raad het door [eiser] ingestelde cassatieberoep tegen het tussenarrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 februari 2003 verworpen.
Na de verwerping van het cassatieberoep heeft het hof bij tussenarrest drie deskundigen benoemd en zijn aan deze deskundigen vragen voorgelegd. Het hof heeft bij eindarrest van 9 januari 2007 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en de in appel gewijzigde eis van [eiser] afgewezen.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het tweede geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 5.987,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 19 december 2008.