Civiel recht overig
Arbeidsrecht; ambtenarenrecht. Rechtsgeldigheid overplaatsing naar andere gemeentelijke dienst (81 RO).
Hoge Raad, 5 juni 2009
ECLI:NL:HR:2009:BH7850 · Hoge Raad · 5 juni 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bh7850
Zaakgegevens
Op 5 juni 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 juni 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/11566
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. R.A.A. Duk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BH7850
Samenvatting
Arbeidsrecht; ambtenarenrecht. Rechtsgeldigheid overplaatsing naar andere gemeentelijke dienst (81 RO).
Procesgang
Uitspraak · 2007
ECLI:NL:GHAMS:2007:BB8534Hoge Raad · 5 juni 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BH7850
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juni 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH7850
Uitspraak
5 juni 2009
Eerste Kamer
07/11566
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE AMSTERDAM,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1], [eiser 2] en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser 1], [eiser 2] en [betrokkene 1], een derde toezichthouder (hierna gezamenlijk: [eiser] c.s.) hebben bij exploot van 10 juli 2006 de Gemeente gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam, sector kanton, en gevorderd, kort gezegd, een voorziening die ertoe strekt dat de Gemeente niet overgaat tot overplaatsing van [eiser] c.s. naar de Dienst Werk en Inkomen en voorts bevordert dat [eiser] c.s. als toezichthouder bij de Dienst Stadstoezicht werkzaam kunnen blijven, althans zich onthoudt van maatregelen die ertoe leiden dat [eiser] c.s. niet meer in de door hen bij deze dienst vervulde functie werkzaam kunnen zijn.
De Gemeente heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 24 juli 2006 de gevorderde voorzieningen geweigerd.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Nadat partijen de zaak ter zitting van 12 januari 2007 en 23 mei 2007 hadden doen bepleiten, heeft het hof bij arrest van 12 juli 2007 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser 1] en [eiser 2] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. M.B. Kerkhof, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [eiser 1] en [eiser 2] heeft op 3 april 2009 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser 1] en [eiser 2] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 5 juni 2009.