Civiel recht overig
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over verdeling van de huwelijksgemeenschap…
Hoge Raad, 4 september 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI4154 · Hoge Raad · 4 september 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi4154
Zaakgegevens
Op 4 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 september 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/13598
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A Jankie, mr. J.P. Heering
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI4154
Samenvatting
Huwelijksvermogensrecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over verdeling van de huwelijksgemeenschap; verdeling op de voet van art. 3:185 BW; peildatum; 81 RO
Procesgang
Hoge Raad · 4 september 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI4154
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 september 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI4154
Uitspraak
4 september 2009
Eerste Kamer
07/13598
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A. Jankie,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Verweerster] heeft bij exploot van 4 april 2003 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, de verdeling van de ontbonden huwelijkse goederengemeenschap vast te stellen.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na een comparitie van partijen, bij vonnis van 5 januari 2005 de verdeling vastgesteld als nader gespecificeerd onder rov. 6 van het vonnis.
Tegen dit vonnis heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Eiser] heeft incidenteel appel ingesteld.
Het hof heeft bij tussenarrest van 27 juli 2006 een comparitie van partijen gelast. Bij arrest van 6 september 2007, verbeterd bij arrest van 8 november 2007, heeft het hof in het principaal en het incidenteel appel het vonnis van de rechtbank vernietigd, de verdeling van de ontbonden goederengemeenschap vastgesteld en [eiser] veroordeeld om aan [verweerster] ten titel van overbedeling en verrekening te voldoen een bedrag van € 43.070,20.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaat en mr. J.C. van Beeck Calkoen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.