Civiel recht overig
Erfrecht. Keuzelegaat. Uitspraak die in de plaats treedt van de tot levering van registergoede-ren bestemde…
Hoge Raad, 4 september 2009
ECLI:NL:HR:2009:BI7128 · Hoge Raad · 4 september 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2009-bi7128
Zaakgegevens
Op 4 september 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 september 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 07/10682
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.J.L.J Duijsens, aanvankelijk mr. J van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2009:BI7128
Samenvatting
Erfrecht. Keuzelegaat. Uitspraak die in de plaats treedt van de tot levering van registergoede-ren bestemde akte (3:300 lid 2 BW), ontvankelijkheid cassatieberoep, overgangsrecht, uitleg testament, aan legaat verbonden tijdsbepaling geen afzonderlijke verplichting; 81 RO
Procesgang
Hoge Raad · 4 september 2009deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2009:BI7128
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 september 2009
ECLI:NL:PHR:2009:BI7128
Uitspraak
4 september 2009
Eerste Kamer
07/10682
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. [Verweerder 1], pro se en in hoedanigheid van (opvolgend) executeur testamentair in de nalatenschappen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerster 2], pro se en in hoedanigheid van (opvolgend) executeur testamentair in de nalatenschappen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J. van Duijvendijk-Brand, thans mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres], [verweerder 1] en [verweerster 2].
1. Het geding in feitelijke instanties
[Betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]) de weduwe van [betrokkene 1] (hierna: erflater) en [verweerder 1] en [verweerster 2] hebben bij exploot van 7 februari 2003 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Roermond en gevorderd, kort gezegd;
- [eiseres] te veroordelen tot medewerking (op verbeurte van een dwangsom) aan het passeren van de notariële akten conform de conceptakten gehecht aan de inleidende dagvaarding en inhoudende de afgifte van het keuzelegaat aan [betrokkene 2] en de levering van de door haar gekozen zaken, alsmede inhoudende de afgifte van het legaat van vruchtgebruik en de vestiging van het vruchtgebruik op de in de conceptakte genoemde onroerende zaken;
- [eiseres] te veroordelen tot medewerking (op verbeurte van een dwangsom) aan de verdeling van de VOF [A] en aan de levering van de tot het bedrijf behorende onroerende zaken conform de conceptakte, gehecht aan de inleidende dagvaarding;
- te bepalen dat het vonnis in de plaats zal treden van de akte tot afgifte van het legaat van [betrokkene 2] en/of de akte tot verdeling van het vermogen van de VOF indien en voor zover [eiseres] niet aan de voormelde veroordelingen zal voldoen;
- voor recht te verklaren dat [eiseres] ingevolge paragraaf XII van het testament slechts aanspraak kan maken op haar wettelijk erfdeel.
[Eiseres] heeft de vorderingen bestreden en, in (voorwaardelijke) reconventie, gevorderd, kort gezegd, schadevergoeding wegens onrechtmatige daad.
Bij tussenvonnis van 2 juli 2003 heeft de rechtbank een comparitie van partijen gelast. In verband met het overlijden van [betrokkene 2] op 22 augustus 2003, is het geding geschorst. Vervolgens is de procedure voort gezet door [betrokkene 3] in zijn hoedanigheid van (opvolgend) executeur in de nalatenschap van erflater en executeur in de nalatenschap van [betrokkene 2].
De rechtbank heeft bij eindvonnis van 26 januari 2005 in conventie bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van de op te maken notariële akten, zoals deze ieder als concept aan het vonnis zijn gehecht, en waarvan de inhoud geacht moet worden hier te zijn ingelast, met uitzondering van het gedeelte dat hiervoor in rov. 7.7 is genoemd en voor recht verklaard dat ingevolge paragraaf XII van het testament van de erflater [eiseres] slechts aanspraak kan maken op haar wettelijk erfdeel ex art. 4:960 oud-BW zoals dit gold voor 1 januari 2003. In reconventie heeft de rechtbank het gevorderde afgewezen.
Tegen beide vonnissen heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en bij memorie van grieven haar eis vermeerderd.
Bij arrest van 27 maart 2007 heeft het hof [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het tussenvonnis van 2 juli 2003, het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd, en hetgeen bij wijze van vermeerdering van eis in hoger beroep is gevorderd afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bij conclusie van antwoord, tevens houdende akte schorsing en hervatting van het geding, hebben [betrokkene 3] q.q. en [verweerder 1] en [verweerster 2], geconcludeerd tot verwerping en tevens akte gevraagd ertoe strekkende dat [betrokkene 3] - die als executeur van de nalatenschappen van erflater en [betrokkene 2] in het onderhavige geding was betrokken en die als executeur is opgevolgd door [verweerder 1] en [verweerster 2] - als partij in cassatie wordt vervangen door [verweerder 1] en [verweerster 2] in hun hoedanigheid van opvolgend executeurs in genoemde nalatenschappen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder 1] en [verweerster 2] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 september 2009.