Civiel recht overig

Ruilverkaveling. Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen (81 RO).

Hoge Raad, 27 november 2009

Zaakgegevens

Op 27 november 2009 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 november 2009
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
08/04087
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2009:BJ8335
E-mail

Samenvatting

Ruilverkaveling. Bezwaren tegen lijst der geldelijke regelingen (81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 27 november 2009deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2009:BJ8335

  2. Conclusie A-G · 27 november 2009

    ECLI:NL:PHR:2009:BJ8335

Uitspraak

27 november 2009

Eerste Kamer

08/04087

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

DE LANDINRICHTINGSCOMMISSIE VOOR DE RUILVERKAVELING "DEN HAM-LEMELE",

zetelende te Zwolle,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Landinrichtingscommissie.

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft als reclamant in de ruilverkaveling "Den Ham-Lemele" bij bezwaarschrift en aanvullend bezwaarschrift van 21 oktober en 17 november 2006 twaalf bezwaren tegen de lijst der geldelijke regelingen ingediend. De bezwaren zijn op 7 november 2007 behandeld door de Landinrichtingscommissie. Die behandeling heeft ten aanzien van de bezwaren 1-5, 7,8 en 10-13 niet tot overeenstemming tussen partijen geleid. Ook de rechter-commissaris, die deze bezwaren heeft behandeld op 6 december 2007, heeft ten aanzien daarvan geen overeenstemming tussen partijen kunnen bewerkstelligen, waarna hij partijen heeft verwezen naar de zitting van de Rechtbank te Almelo.

De Rechtbank heeft, nadat op 25 maart 2008 een plaatsopneming was uitgevoerd, bij vonnis van 23 juli 2008 bezwaar 10 gegrond verklaard, de overige bezwaren ongegrond verklaard en bepaald dat in de lijst der geldelijke regelingen opgenomen dient te worden de aanspraak van [eiser] op een vergoeding van in totaal € 18.600,-- wegens kavelaanvaardingswerken.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Landinrichtingscommissie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Landinrichtingscommissie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Landinrichtingscommissie begroot op € 374,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 november 2009.