Civiel recht overig
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (81 RO).
Hoge Raad, 8 januari 2010
ECLI:NL:HR:2010:BK3071 · Hoge Raad · 8 januari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bk3071
Zaakgegevens
Op 8 januari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 januari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 08/02039
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E. Grabandt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BK3071
Samenvatting
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 8 januari 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BK3071
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 januari 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK3071
Uitspraak
8 januari 2010
Eerste Kamer
08/02039
EE/IS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
MANAGEMENT & CONTROL HOLDING B.V.,
gevestigd te Nunspeet,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als MCH en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
MCH heeft bij exploot van 30 oktober 2003, voor zover in cassatie van belang, [verweerder] en [A] B.V. (hierna: [A]) gedagvaard voor de rechtbank Zwolle-Lelystad en gevorderd, kort gezegd, [A] en [verweerder] hoofdelijk te veroordelen aan MCH te betalen een bedrag van € 192.919,-- met rente en kosten.
[A] en [verweerder] hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 2 februari 2005 [A] veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 175.268,52, alsmede een bedrag van € 10.178,99, met rente en kosten. Voorts heeft de rechtbank [A] en [verweerder] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.471,49 met rente en kosten.
Tegen dit vonnis heeft MCH hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Na een tussenarrest van 4 juli 2006 heeft het hof bij eindarrest van 22 januari 2008 het vonnis van de rechtbank vernietigd, voorzover tegen [verweerder] als gedaagde gewezen, en, opnieuw rechtdoende, [verweerder] en [A] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van het bedrag
- van € 7.471,49, met rente, en
- een gedeelte, groot € 34.539,-- van het bedrag van € 175.268,51 waarin [A] verwezen is.
Het hof heeft voorts MCH haar overige vorderingen tegen [verweerder] ontzegd en het bestreden vonnis voor het overige bekrachtigd.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen zowel het tussen- als het eindarrest van het hof, voorzover tussen haar en [verweerder] gewezen, heeft MCH beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor MCH toegelicht door haar advocaat en mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Management & Control Holding B.V. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 januari 2010.