Civiel recht overig

Verbintenissenrecht. Afwijzing vordering om gemeente te ge-/verbieden te handelen overeenkomstig/in strijd…

Hoge Raad, 29 januari 2010

Zaakgegevens

Op 29 januari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 januari 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/01520
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.A.R Schuckink Kool, mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BK5757
E-mail

Samenvatting

Verbintenissenrecht. Afwijzing vordering om gemeente te ge-/verbieden te handelen overeenkomstig/in strijd met gedane toezeggingen (81 RO).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 10 februari 2009

    ECLI:NL:GHSGR:2009:BH2338
  2. Hoge Raad · 29 januari 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BK5757

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Conclusie A-G · 29 januari 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BK5757

Uitspraak

29 januari 2010

Eerste Kamer

09/01520

EE/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. DE STICHTING VRIJPLAATS KOPPENHINKSTEEG,

2. DE STICHTING ONTMOETINGSRUIMTE DE LINKSE KERK,

3. DE VERENIGING CULTUREEL CENTRUM BAR EN BOOS,

alle gevestigd te Leiden,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,

t e g e n

DE GEMEENTE LEIDEN,

zetelende te Leiden,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Koppenhinksteeg c.s. en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instanties

Koppenhinksteeg c.s. hebben bij exploot van 21 juli 2008 de Gemeente in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, de Gemeente te gelasten het College van Burgemeester en Wethouders het besluit (a) van 13 juli 2008 tot stopzetting van het formaliseringsproces tot behoud van Vrijplaats Koppenhinksteeg op de bestaande locatie te doen terugnemen, (b) ten aanzien van Vereniging Cultureel Centrum Bar en Boos tot afwijzing van het door de vereniging ingediende bedrijfsplan te doen terugnemen, dan wel de gemeente te gelasten het College van Burgemeester en Wethouders op te dragen dit besluit niet uit te voeren. Voorts vorderen Koppenhinksteeg c.s. de Gemeente te gebieden binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis het overleg met Ons Doel te hervatten teneinde de formalisering en het behoud van de Vrijplaats op de bestaande locatie verder uit te werken en daarmee voortvarend te werk te gaan, althans binnen een door de voorzieningenrechter vast te stellen termijn en wijze, en de Gemeente te veroordelen om Koppenhinksteeg c.s. maandelijks schriftelijk te informeren over de voortgang van voornoemde processen.

De Gemeente heeft de vorderingen bestreden.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 4 augustus 2008 de vorderingen afgewezen.

Tegen het vonnis van de rechtbank hebben Koppenhinksteeg c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 10 februari 2009 heeft het hof het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben Koppenhinksteeg c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor de Gemeente toegelicht door haar advocaat. Koppenhinksteeg c.s. hebben afgezien van het geven van een toelichting.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.

De advocaat van Koppenhinksteeg c.s. heeft bij brief van 18 december 2009 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Koppenhinksteeg c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 januari 2010.