Civiel recht overig
Erfrecht. Verdeling nalatenschap; onherroepelijke volmacht; dwaling; bedrog (81 RO).
Hoge Raad, 19 februari 2010
ECLI:NL:HR:2010:BK8086 · Hoge Raad · 19 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bk8086
Zaakgegevens
Op 19 februari 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/03358
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. W.P den Hertog
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BK8086
Samenvatting
Erfrecht. Verdeling nalatenschap; onherroepelijke volmacht; dwaling; bedrog (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 19 februari 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BK8086
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 februari 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BK8086
Uitspraak
19 februari 2010
Eerste Kamer
09/03358
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats], Australië,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerder 2],
3. [Verweerster 3],
4. [Verweerster 4],
allen wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. W.P. den Hertog,
5. [Verweerster 5],
wonende te [woonplaats],
6. [Verweerder 6],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en verweerders in cassatie onder 1 tot en met 4 als [verweerders 1 t/m 4] en verweerders in cassatie onder 5 en 6 als [verweerders 5 en 6]
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 februari 2008 ter griffie van de kantonrechter bij de rechtbank Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft [verzoekster] zich gewend tot de kantonrechter en verzocht, kort gezegd, drie deskundigen te benoemen aan wie wordt opgedragen de actuele waarde van het pand [a-straat 1] te [plaats] te bepalen.
[Verweerders 1 t/m 4] en [verweerders 5 en 6] hebben de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij beschikking van 3 juni 2008 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. [Verweerders 1 t/m 4] hebben incidenteel appel ingesteld.
Bij beschikking van 26 mei 2009 heeft het hof, in principaal en incidenteel appel, de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerders 1 t/m 4] hebben verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [verzoekster] heeft op die op 31 december 2009 gedateerde en aan partijen toegezonden conclusie gereageerd bij brief van 22 januari 2010. Nu deze reactie meer dan twee weken nadat de conclusie aan partijen was verzonden, en derhalve na het verstrijken van de termijn van art. 44 lid 3 Rv., bij de Hoge Raad is ingekomen, heeft de Hoge Raad deze brief terzijde gelegd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders 1 t/m 4] begroot op € 345,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, en aan de zijde van [verweerders 5 en 6] begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 19 februari 2010.