Civiel recht overig

Huwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgemeenschap. Pensioenrechten. (art. 81 RO).

Hoge Raad, 23 april 2010

Zaakgegevens

Op 23 april 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 april 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/02512
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P Garretsen, mr. J. van Duijvendijk-Brand
ECLI
ECLI:NL:HR:2010:BL7644
E-mail

Samenvatting

Huwelijksvermogensrecht. Verdeling huwelijksgemeenschap. Pensioenrechten. (art. 81 RO).

Procesgang

  1. Hoge Raad · 23 april 2010deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2010:BL7644

  2. Conclusie A-G · 23 april 2010

    ECLI:NL:PHR:2010:BL7644

Uitspraak

23 april 2010

Eerste Kamer

09/02512

EE/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 18294/HA ZA 95-1041 van de rechtbank Haarlem van 10 juni 1997 en 15 juni 1999,

b. de arresten in de zaak 106.000.425/01 (rolnummer 1268/99) van het gerechtshof te Amsterdam van 10 mei 2001, 16 mei 2002, 7 juni 2007 en 7 augustus 2008.

De arresten van 16 mei 2002, 7 juni 2007 en 7 augustus 2008 van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 16 mei 2002, 7 juni 2007 en 7 augustus 2008 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor de man toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2010.