Civiel recht overig
Arbeidsrecht. Vraag of een aan een werknemer gedane toezegging een VUT-uitkering danwel een (pre)pensioen…
Hoge Raad, 26 november 2010
ECLI:NL:HR:2010:BO0199 · Hoge Raad · 26 november 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2010-bo0199
Zaakgegevens
Op 26 november 2010 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 november 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 09/02307
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.H Vermeulen, mr. R.A.A. Duk
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2010:BO0199
Samenvatting
Arbeidsrecht. Vraag of een aan een werknemer gedane toezegging een VUT-uitkering danwel een (pre)pensioen betreft. (81 RO)
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 3 maart 2009
ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5881Hoge Raad · 26 november 2010deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2010:BO0199
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 november 2010
ECLI:NL:PHR:2010:BO0199
Uitspraak
26 november 2010
Eerste Kamer
09/02307
DV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING ABAB,
gevestigd te Tilburg,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.H. Vermeulen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.A.A. Duk.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ABAB en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 456982 van de kantonrechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 maart 2007;
b. het arrest in de zaak HD 103.005.311 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 3 maart 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft ABAB beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor ABAB mede door mr. C.S.G. Janssens, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
De advocaat van ABAB heeft op 21 oktober 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ABAB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 26 november 2010.