Civiel recht overig

Art. 81 RO. Vof. Afwikkeling beëindiging.

Hoge Raad, 29 april 2011

Zaakgegevens

Op 29 april 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
09/03843
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.J van Basten Batenburg, mr. J.A.M.A. Sluysmans
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BP4802
E-mail

Samenvatting

Art. 81 RO. Vof. Afwikkeling beëindiging.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 29 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BP4802

  2. Conclusie A-G · 29 april 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BP4802

Uitspraak

29 april 2011

Eerste Kamer

09/03843

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,

t e g e n

[Verweerder],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 380570/HA ZA 07-2684 van de rechtbank Amsterdam van 9 juli 2008;

b. het arrest in de zaak 200.014.688/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 7 juli 2009.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 februari 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.256,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 april 2011.