Civiel recht overig
Art. 81 RO. Rechtspersonenrecht. Schuldeiser niet-ontvankelijk in verzet als bedoeld in art. 2:23b lid 5 BW…
Hoge Raad, 24 juni 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ1685 · Hoge Raad · 24 juni 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bq1685
Zaakgegevens
Op 24 juni 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05072
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. W.P. den Hertog
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BQ1685
Samenvatting
Art. 81 RO. Rechtspersonenrecht. Schuldeiser niet-ontvankelijk in verzet als bedoeld in art. 2:23b lid 5 BW tegen rekening en verantwoording en plan van verdeling vanwege verjaring van de gestelde vordering uit onrechtmatige daad?
Procesgang
Rechtbank Arnhem · 17 maart 2010
ECLI:NL:RBARN:2010:BL8309Gerechtshof Arnhem · 23 augustus 2010
ECLI:NL:GHARN:2010:BN4014Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 24 juni 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BQ1685
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ1685
Uitspraak
24 juni 2011
Eerste Kamer
10/05072
TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerster] in liquidatie,
voorheen gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. W.P. den Hertog.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 194826 / HA RK 10-2 van de rechtbank Arnhem van 17 maart 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.066.088 van het gerechtshof te Arnhem van 23 augustus 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping met toepassing van art. 81 RO.
De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 20 april 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 745,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 24 juni 2011.