Civiel recht overig
Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Vordering verhuurder tot betaling achterstallige huur en tot…
Hoge Raad, 9 september 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ2803 · Hoge Raad · 9 september 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bq2803
Zaakgegevens
Op 9 september 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 september 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/02646
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. H.H.M. Meijroos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BQ2803
Samenvatting
Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Vordering verhuurder tot betaling achterstallige huur en tot ontbinding/ontruiming. Beroep huurders op gebreken van het gehuurde.
Procesgang
Hoge Raad · 9 september 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BQ2803
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 september 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BQ2803
Uitspraak
9 september 2011
Eerste Kamer
10/02646
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE GEMEENTE AMSTERDAM (DIENST BEHEER PARKEERGEBOUWEN),
zetelend te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en de Gemeente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak CV 04-25346 van de kantonrechter te Amsterdam 18 maart 2005 en 29 juli 2005;
b. de arresten in de zaak 106.003.830/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 14 februari 2008 en 2 februari 2010.
Het arrest van het hof van 2 februari 2010 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping, met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 491,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 september 2011.