Civiel recht overig

Art. 81 RO. Onrechtmatige daad. Cassatie tegen kantonrechtersvonnis; art. 398 Rv., art. 78, 80 RO.

Zaakgegevens

Op 18 november 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 november 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
10/03964
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. W. Römelingh
ECLI
ECLI:NL:HR:2011:BS8796
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 RO. Onrechtmatige daad. Cassatie tegen kantonrechtersvonnis; art. 398 Rv., art. 78, 80 RO.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 18 november 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2011:BS8796

  2. Conclusie A-G · 18 november 2011

    ECLI:NL:PHR:2011:BS8796

Uitspraak

18 november 2011

Eerste Kamer

nr. 10/03964

EV/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. W. Römelingh,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

2. [Verweerder 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], [verweerster 1] en [verweerder 2].

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het verstekvonnis in de zaak 1013162\CV EXPL 09-32935 van 21 augustus 2009 en het verzetvonnis in de zaak 1037423\CV EXPL 09-46331 van 16 juli 2010, beide van de kantonrechter te Rotterdam.

Het vonnis van 16 juli 2010 van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen laatstvermeld vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster 1] en [verweerder 2] is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van artikel 81 RO.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en [verweerder 2] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 18 november 2011.