Civiel recht overig
Art. 81 RO. Erfrecht. Uitleg akte van verdeling.
Hoge Raad, 9 december 2011
ECLI:NL:HR:2011:BU3101 · Hoge Raad · 9 december 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2011-bu3101
Zaakgegevens
Op 9 december 2011 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 december 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/03308
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.S.G Janssens, mr. A.H.M van den Steenhoven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2011:BU3101
Samenvatting
Art. 81 RO. Erfrecht. Uitleg akte van verdeling.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 20 april 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4483Hoge Raad · 9 december 2011deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2011:BU3101
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 december 2011
ECLI:NL:PHR:2011:BU3101
Uitspraak
9 december 2011
Eerste Kamer
10/03308
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
3. de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
laatstelijk wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als de dochter. Verweerders in cassatie sub 1 en 2 zullen hierna ook worden aangeduid als de zoons en verweerders in cassatie sub 3 als de erfgenamen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 254525/HA ZA 05-3695 van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 maart 2006 en 2 mei 2007;
b. het arrest in de zaak 105.007.278 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de dochter beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zoons hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen de erfgenamen is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de dochter heeft bij brief van 10 november 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de dochter in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de zoons begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.