Civiel recht overig
Art. 81 RO. Executiegeschil. Vordering tot staking executie van onherroepelijke uitspraak waarbij werkgever…
Hoge Raad, 10 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU5723 · Hoge Raad · 10 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu5723
Zaakgegevens
Op 10 februari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01007
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.J. Fontijn
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU5723
Samenvatting
Art. 81 RO. Executiegeschil. Vordering tot staking executie van onherroepelijke uitspraak waarbij werkgever is veroordeeld tot loondoorbetaling. Beroep werkgever op omstandigheid die loondoorbetalingsverplichting heeft doen eindigen.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 26 oktober 2010
ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2079Hoge Raad · 10 februari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU5723
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 februari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU5723
Uitspraak
10 februari 2012
Eerste Kamer
11/01007
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.J. Fontijn,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verweerder 2],
3. [Verweerster 3],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 320271/HA ZA 08-3166 van de rechtbank 's-Gravenhage van 24 december 2008;
b. de vonnissen in de zaak 816725\CV EXPL 09-30 van de kantonrechter te Delft van 22 januari 2009 en 2 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.036.393/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 26 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 30 november 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk, en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 10 februari 2012.