Civiel recht overig
Art. 81 RO. Beroep bij ondernemingskamer op de voet van art. 26 WOR. Adviesplichtige besluiten?…
Hoge Raad, 3 februari 2012
ECLI:NL:HR:2012:BU9108 · Hoge Raad · 3 februari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bu9108
Zaakgegevens
Op 3 februari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 februari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/00294
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S Kamminga, mr. L. Kelkensberg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BU9108
Samenvatting
Art. 81 RO. Beroep bij ondernemingskamer op de voet van art. 26 WOR. Adviesplichtige besluiten? Medeondernemerschap?
Procesgang
Hoge Raad · 3 februari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BU9108
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 3 februari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BU9108
Uitspraak
3 februari 2012
Eerste Kamer
11/00294
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. de vennootschap naar Belgisch recht VLM AIRLINES N.V.,
gevestigd te Antwerpen, België,
2. VLM AIRLINES PERSONEELSBEHEER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERZOEKSTERS tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
ONDERNEMINGSRAAD VAN VLM AIRLINES PERSONEELSBEHEER NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L. Kelkensberg.
Verzoeksters zullen hierna ook tezamen worden aangeduid als VLM c.s. en verweerster als de ondernemingsraad.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaken 200.060.383/01 OK en 200.062.728/01 OK van de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam van 14 oktober 2010.
De beschikking van de ondernemingskamer is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de ondernemingskamer hebben VLM c.s. beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De ondernemingsraad heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
Mr. S.M. Bartman, advocaat te Amsterdam, heeft bij brief van 15 december 2011 namens VLM c.s. op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt VLM c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de ondernemingsraad begroot op € 755,38 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 3 februari 2012.