Civiel recht overig
Cassatie. Kort geding. Cassatieberoep te laat ingesteld. Niet-ontvankelijkheid; art. 339 lid 2, 402 lid 2 Rv.
ECLI:NL:HR:2012:BV2019 · Hoge Raad · 27 januari 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv2019
Zaakgegevens
Op 27 januari 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 januari 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/05278
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV2019
Samenvatting
Cassatie. Kort geding. Cassatieberoep te laat ingesteld. Niet-ontvankelijkheid; art. 339 lid 2, 402 lid 2 Rv.
Procesgang
Hoge Raad · 27 januari 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV2019
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 januari 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV2019
Uitspraak
27 januari 2012
Eerste Kamer
10/05278
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 1138470 KK EXPL 10-313 van de kantonrechter te Amsterdam van 13 april 2010;
b. de arresten in de zaak 200.064.011/01 SKG van het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2010 (tussenarrest) en 28 december 2010 (eindarrest).
Het tussenarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het tussenarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van eiser in zijn cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 402 lid 2 in verbinding met art. 339 lid 2 Rv. kon tegen het onder 2 aangeduide arrest beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht weken, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn verstreek op 16 november 2010. De dagvaarding is op 30 november 2010 uitgebracht, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. [Eiser] zal derhalve in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 januari 2012.