Civiel recht overig
Art. 81 RO. Ongevallenverzekering. Overlijdensrisico. Hoogte van aan erfgenaam verschuldigde uitkering.
ECLI:NL:HR:2012:BV8517 · Hoge Raad · 13 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv8517
Zaakgegevens
Op 13 april 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 10/04707
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H. Zengin
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV8517
Samenvatting
Art. 81 RO. Ongevallenverzekering. Overlijdensrisico. Hoogte van aan erfgenaam verschuldigde uitkering.
Procesgang
Hoge Raad · 13 april 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV8517
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 april 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV8517
Uitspraak
13 april 2012
Eerste Kamer
10/04707
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats], Iran,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. H. Zengin,
t e g e n
ING SCHADEVERZEKERING RETAIL N.V. (Rechtsopvolger van Postbank Schadeverzekering N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en ING.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaken 3798001/HA ZA 07-2598 en TH 390798 / HA ZA 08-480 van de rechtbank Amsterdam van 24 oktober 2007 (tussenvonnis), 19 december 2007 (verstekvonnis), 12 maart 2008 (tussenvonnis) en 12 november 2008 (eindvonnis);
b. de arresten in de zaak 200.027.276/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 24 november 2009 (tussenarrest) en 15 juni 2010 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen ING is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft op 27 maart 2012 gereageerd op die conclusie.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Postbank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 13 april 2012.