Civiel recht overig
Art. 81 lid 1RO. Geldlening; art. 7A:1804, 1805. Overschrijding grenzen rechtsstrijd?
Hoge Raad, 30 november 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX8362 · Hoge Raad · 30 november 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx8362
Zaakgegevens
Op 30 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 november 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/04332
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S. Kamminga.
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX8362
Samenvatting
Art. 81 lid 1RO. Geldlening; art. 7A:1804, 1805. Overschrijding grenzen rechtsstrijd?
Procesgang
Hoge Raad · 30 november 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX8362
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 november 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX8362
Uitspraak
30 november 2012
Eerste Kamer
11/04332
DV/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaten: mr. A.M. Kerkman en mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het verstekvonnis in de zaak 337343/HA ZA 09-1628 van de rechtbank 's-Gravenhage van 10 juni 2009;
b. de vonnissen in de zaak 344744/HA ZA 09-2657 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 augustus 2009 en 9 december 2009;
c. de arresten in de zaak 200.059.967/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 maart 2011 en 31 mei 2011.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO.
Namens [eiser] hebben mr. S. Kousedghi en mr. B.J. van Dorp, beiden advocaat bij de Hoge Raad, bij brief van 5 oktober 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 30 november 2012.