Civiel recht overig

Art. 80a RO. Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit, art. 17 Rijkswet op het…

Hoge Raad, 9 november 2012

Zaakgegevens

Op 9 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 november 2012
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
12/03554
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. A. Ramsoedh
ECLI
ECLI:NL:HR:2012:BY3118
E-mail

Samenvatting

Art. 80a RO. Afwijzing verzoek tot vaststelling Nederlandse nationaliteit, art. 17 Rijkswet op het Nederlanderschap.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 9 november 2012deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2012:BY3118

  2. Conclusie A-G · 9 november 2012

    ECLI:NL:PHR:2012:BY3118

Uitspraak

21 december 2012

Eerste Kamer

12/03554

EE/EP

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoekster 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Verzoekster 2],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTERS tot cassatie,

advocaat: mr. A. Ramsoedh,

t e g e n

DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst),

zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] c.s. en de Staat.

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 395006/HA RK 11-313 van de rechtbank 's-Gravenhage van 7 juni 2012.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoekster] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staat heeft geen verweerschrift ingediend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal P. Vlas strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van [verzoekster] c.s. heeft bij brief van 19 november 2012 op dat standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.B. Bakels, als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.