Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Contractsoverneming. Feitelijk oordeel. Aan een cassatiemiddel te stellen eisen.

Hoge Raad, 18 oktober 2013

Zaakgegevens

Op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 oktober 2013
Datum publicatie
17 oktober 2013
Zaaknummer
13/02544
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. H.H.M. Meijroos
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:980
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Contractsoverneming. Feitelijk oordeel. Aan een cassatiemiddel te stellen eisen.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 5 februari 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:557
  2. Conclusie A-G · 6 september 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:977
  3. Hoge Raad · 18 oktober 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:980

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

18 oktober 2013

Eerste Kamer

nr. 13/02544

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,

t e g e n

[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 640870/CV EXPL 11-382 van de kantonrechter te Bergen op Zoom van 13 juli 2011 en 7 september 2011;

b. de arresten in de zaak HD 200.097.313/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 januari 2012 (tussenarrest) en 5 februari 2013 (eindarrest).

Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen [verweerster] is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkheid met toepassing van art. 80a RO.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 20 september 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 2).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.