Civiel recht overig
Art. 80a RO. Afgewezen verzoek tot herroeping van arrest; stukken van beslissende aard, art. 382 aanhef en…
ECLI:NL:HR:2013:982 · Hoge Raad · 18 oktober 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-982
Zaakgegevens
Op 18 oktober 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2013
- Datum publicatie
- 17 oktober 2013
- Zaaknummer
- 13/02673
- Rechtsgebied
- Civiel recht Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.Th.R.F Carli, mr. M.W. Scheltema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:982
Samenvatting
Art. 80a RO. Afgewezen verzoek tot herroeping van arrest; stukken van beslissende aard, art. 382 aanhef en onder c Rv.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 september 2013
ECLI:NL:PHR:2013:837Hoge Raad · 18 oktober 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:982
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak · 2013
ECLI:NL:GHSHE:2013:1396Niet ontvankelijkNiet-ontvankelijkDe rechter behandelt de zaak niet inhoudelijk, omdat niet aan een formele eis is voldaan, bijvoorbeeld omdat iemand te laat is.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
18 oktober 2013
Eerste Kamer
nr. 13/02673
LZ/EE
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [eiseres 3],
gevestigd te [vestigingsplaats],
4. [eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.Th.R.F. Carli,
t e g e n
DE GEMEENTE GEMERT-BAKEL,
zetelende te Gemert, gemeente Gemert-Bakel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en de Gemeente.
1 Het geding
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het arrest in de zaak 08/03721 van de Hoge Raad van 9 juli 2010;
b. de arresten in de zaak HD 200.095.591 en de gevoegde zaken HD 200.078.132/01 en HD 200.095.591 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 februari 2012 en 22 januari 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het tweede geding in cassatie
Tegen arrest van het hof van 22 januari 2013 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping.
Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.
De advocaat van [eisers] heeft bij brief van 19 september 2013 op dit standpunt gereageerd.
3 Beoordeling van de ontvankelijkheid
De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal).
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 792,38 aan verschotten en € 800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 18 oktober 2013.